AMSTERDAM RESIDENTS AND THEIR ATTITUDE TOWARDS TOURISTS AND TOURISM 2017

Roos GERRITSMA1, Jacques VORK2

Research Group of Creative Business, Hogeschool Inholland Amsterdam|Diemen, Inholland University of Applied Sciences, Wildenborch 6, 1110 AG Diemen, Netherlands E-mails: 1roos.gerritsma@inholland.nl; 2jacques.vork@inholland.nl

Received 2 February 2017; accepted 12 April 2017

In Amsterdam, the phenomenon of overcrowding is increasing, and tourism is one of the causes. Both the pub- lic debate and the municipal authorities are pointing to an increasing need for more expertise and knowledge regarding ways of achieving a healthy balance for various stakeholders. This article focuses on the stakeholder role of city residents and discusses their attitudes to tourists and tourism-related developments in their own neighbourhood and in the rest of the city. The term “attitude” can be divided into three components: feeling, behaviour and thinking. The results of this study are based on both quantitative and qualitative fieldwork (surveys and semi-structured interviews) and on desk research. It can be concluded that, for the most part, residents have a positive attitude to tourists and tourism. Differences in attitude are mostly determined by the city district where respondents live and by personal feelings and thinking. Follow-up research in the coming years will examine the complexity of the issue of overcrowding in more depth.

Keywords: behaviour, feelings, overcrowdedness, thinking, urban tourism.

Introduction

Amsterdam is growing, in terms of popula- tion, businesses and visitors. In 2014, the total number of hotel stays amounted to 12.5 million, compared with fewer than 8 million in 2000 (O+S het Amsterdamse Bureau voor Onderzoek en Statistiek 2002). The record year 2014 showed a rise of 11.3% in hotel stays as compared to 2013, and in 2015 the increase continued (+3.6% over the first eight months) (toeristischebarometer 2014–2015). Amsterdam

has long been among the top 10 most visited cit- ies in Europe. However, to the users of the city these “record figures” are something of a mixed blessing, as evidenced by the growing number of complaints, protests and reader’s letters in the Amsterdam daily newspaper Het Parool and social media channels such as Facebook and Twitter (for example, on the page of Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (Association of Friends of the City Centre) and the Pretpark Amsterdam (Amsterdam Theme Park) account). The limited space in the city is

leading to increasing pressure and competition between the various groups of users.

In 2008, the City Marketing and Leisure Management research group at Inholland University of Applied Sciences decided to in- vestigate the perspective of residents towards tourists and tourism in their hometown in more detail; this research was mostly based on Roos Gerritsma’s Master’s thesis dating from 1999. In 2015, second-year Leisure Management1 students, in collaboration with the research group, repeated this study among Amsterdam residents. The theme of this new study is com- parable to that of the 1999 and 2008 versions, supplemented with questions about home- rental platforms such as Airbnb.Inc and more specific questions about particular locations and times during the week.

The introduction section of this article contains a description of the context to exam- ine the issue of overcrowding in Amsterdam in more depth. This is followed by the theo- retical framework, its operationalisation and the research methods. Then the results of the 2015 study are set out and, where relevant, compared to the results from 1999 and 2008. The article then presents the conclusions and a discussion.


Het Ware Noorden

Volledig Rapport:
Report HetWareNoorden

Het Ware Noorden

Informatie uit dit verantwoordingsdocument is vrij te gebruiken voor de beide projectpartners, te weten Hogeschool Inholland en Vereniging de Ceuvel.

Januari 2018

Auteurs:

Roos Gerritsma
Els Reijnen
John Tielman
Nadine de Chauvigny de Blot

Met medewerking van:

De Ceuvel & Metabolic:

Chandar van der Zande, voorzitter vereniging de Ceuvel en projectleider van Het Ware Noorden
Jonah Link, stagiaire voor Het Ware Noorden

Hogeschool Inholland:

Leisure Management coördinator Concepting&Events Andreas Bischoff en consultant docent Josine Neyman
Ard van den Berg
Larissa Sontoidjojo

Jimmy Drent
Nordin Badouri
Seda Demirel
Coördinatoren Urban Leisure Pieter Breek en Rik van Wilsum

Studenten International Business & Innovation Studies: Carmen Subtirica
Michelle Osovschi
Daniela Auer

Jonah Broekhuizen

Deze publicatie is mede mogelijk gemaakt dankzij Amsterdam Creative Industries Network (ACIN).

Volledig Rapport:
Report HetWareNoorden

In het voorjaar van 2017 vroeg Chandar van der Zande, voorzitter van de Ceuvel, of wij vanuit Hogeschool Inholland de sociale impact zouden kunnen meten van de programmering van Het Ware Noorden (HWN). Deze programmering is gericht op het overbrengen van een duurzame lifestyle, gericht op het gedachtengoed van de circulaire economie, gebruik makend van vakbekwame Noordelingen en het hergebruik van materialen. Via activerende sessies, zoals de Maakdagen waarbij je als deelnemer actief je eigen lamp, bank of wat dan ook maakt onder begeleiding van een vakman/vrouw, is er tevens oog voor het nastreven van een aantrekkelijk design.

De Ceuvel en diens programmering van Het Ware Noorden, wil daarnaast een inclusieve plek zijn. Tijdens de eerste drie jaar van het bestaan van de Ceuvel is naar voren gekomen, dat bepaalde doelgroepen de plek goed weten te vinden en dat andere doelgroepen, zoals de directe buren – vooral de oorspronkelijke Noorderlingen – de Ceuvel juist links laten liggen.

Naast het meten van de impact van de programmering, is er dus tevens de opdracht om mee te denken met de Ceuvel over de wijze

waarop bepaalde in-en uitsluitingsmechanismen kunnen worden verminderd. Kortom, welke ontwerpcriteria kunnen we de producers meegeven waarmee de kans op een inclusievere programmering toeneemt? In de leisure wetenschappen wordt in dit kader ook wel gerefereerd aan de leisure paradox, zoals beschreven door Spracklen in 2009: échte vrije tijd is voor slechts een beperkte groep uit de samenleving weggelegd, voor de meeste mensen geldt dat er vaak de nodige economische, sociale, culturele, geografische beperkingen zijn, alvorens er onbekommerd genoten kan worden van het aanbod van vrijetijdsvoorzieningen. Uit onderzoek van Leisure Management collega Philippa Collin naar inclusieve leisure (Collin, 2016) is naar voren gekomen dat het betrekken van de eindgebruikers hierbij, van wezenlijk belang is. Als kennisinstelling signaleren we in toenemende mate de noodzaak om op een meer ontwerpgerichte wijze onderzoek uit te voeren waarbij een human of user centered aanpak centraal staat. Sinds eind 2015 werken we vanuit ons Field Lab Amsterdam Noord (FLAN) op vraag gestuurde wijze met werkveldpartners, studenten en onderzoekers samen aan het ontwikkelen van kleinschalige oplossingen voor complexe vraagstukken. We zijn aangesloten bij het Stadslab BSH waar we een Kids Green Week (2016) en een Buiksloterhanden Community Week (2017) mee hebben georganiseerd. Studenten leren hierdoor om als creatieve en sociale stadsmakers mee te bouwen aan sociale en duurzame gebiedsontwikkeling. Eén van onze richtlijnen daarbij is de onderzoekagenda voor de creatieve industrie van Click NL. In hun nieuwe Kennis en Innovatie Agenda van de Creatieve Industrie 2018-2021 wordt de thematiek rondom de inclusieve en circulaire samenleving gezien als één van de grootste uitdagingen waar we voor staan.

Als kennisinstelling sluiten we daar op aan; Hogeschool Inholland verwoordt het als volgt in haar instellingsplan Durf te leren – 2016-2022: “Inholland draagt bij aan de uitdagingen in de Randstad, van de kop van Noord-Holland tot de Drechtsteden, met onderwijs voor studenten en professionals en praktijkgericht onderzoek voor de beroepspraktijk. We zijn onderscheidend op de thema’s duurzaam, gezond en creatief, en werken daarin samen met het beroepenveld, overheden en maatschappelijke partners. Wij doen dat persoonlijk en dichtbij, vanuit de overtuiging dat voor ons en onze studenten zowel succes als tegenslag de sleutel zijn tot ontwikkeling als professional en als mens. Diversiteit is daarbij een kracht.”

Vanaf april tot juli 2017 zijn Roos Gerritsma, associate lector van de Onderzoeksgroep Creative Business en Nadine de Chauvigny de Blot destijds vanuit haar rol als XNLT-studente (het honours programma van Hogeschool Inholland) en sinds september als junior onderzoeker, samen met een projectgroep van derdejaars studenten van de opleiding Leisure Management, keuzeonderwijs Concepting & Events begonnen om praktijkgericht onderzoek te doen naar de impact en het produceren van de maakdagen.

Dankzij gelden vanuit het Amsterdam Creative Industries Network (ACIN) was het mogelijk dit project een extra boost te geven en het projectteam uit te breiden. Vanaf september 2017 zijn daarom naast bovengenoemde betrokkenen,

nog twee docent-onderzoekers betrokken bij het project, dit zijn: Els Reijnen (Leisure Management) en John Tielman (International Business and Innovation Studies). Naast de productie van de maakdag is de opening van het lichtfestival toegevoegd.

Doelstellingen

De Ceuvel heeft de volgende vier doelstellingen gesteld voor Het Ware Noorden in de toegewezen subsidieaanvraag voor Maak je Stad.

1. De kennis en kunde van de vakmensen uit Noord weer in ere te herstellen

2. Mensen uit de buurt met elkaar verbinden

3. Mensen uit Noord op een leuke en laagdrempelige manier kennis te laten maken met duurzaamheid (educatie)

4. Het aanwakkeren van trots op Noord dankzij de eigen versie van het Light Festival

Hierop aansluitend zijn we gezamenlijk gekomen tot de volgende doelstelling van onze verkennende studie van september t/m december 2017:

Inzicht krijgen in de ontwerpcriteria waaraan de programmering en productie van Het Ware Noorden moet voldoen wil het meer inclusief zijn en inspelen op de waarden en cohesie in de buurt (prototype A) en voor de wijze waarop de sociale en belevingsimpact hiervan, kan worden gemeten (prototype B).

Essentieel hierbij is om het perspectief van de eindgebruiker mee te nemen, vandaar dat ons startpunt was: de ervaringen en wensen van Noorderlingen ten aanzien van duurzaamheid, sociale cohesie, mate van inclusiviteit en toekomstbeeld van hun woonomgeving.

Leeswijzer

In dit rapport lichten we toe hoe we te werk zijn gegaan en welke informatiebronnen we hier tot nu toe voor hebben aangewend. We tonen de meest opvallende resultaten uit ons veldwerk, zowel in tekst als in beeld.

In 2018 gaan we een vervolgproject uitvoeren waarbij we ons wederom richten op de Noorderlingen, de productie van de programmering van Het Ware Noorden en op het meten van de effecten hiervan.

Deze publicatie dient dan ook te worden beschouwd als een weergave van een innovatieproces op vele terreinen, die van het onderwijs, onderzoek en samenwerkingsvormen met de beroepspraktijk. Een proces waarbij veel inspiratie is opgedaan en de eerste resultaten

meer dan genoeg aanleiding geven voorwaarts door te gaan. In het hoofdstuk Vergezichten laten we alvast zien welke mogelijke paden er voor ons liggen.

Eén ding is afgelopen maanden duidelijk geworden: het vuur van Noord, het Noorderlicht, de vlam die de gezamenlijke toekomst van bewoners met elkaar bindt, draait om het dorpse én ruige karakter van dit bijzondere stuk Amsterdam.

Roos Gerritsma – Coördinator Field Lab Amsterdam Noord
Associate lector Onderzoeksgroep Creative Business en docent Leisure Management aan de Hogeschool Inholland

Volledig Rapport:
Report HetWareNoorden