Samen werken aan praktische vraagstukken, wat levert dat op?

Testen, testen en nog eens testen tijdens minor Destination Development

Leren van en met de praktijk, dat is waar het hbo voor staat. 54 vierdejaarstudenten Tourism Management volgden de minor Destination Development en werkten tien weken samen met het werkveld en het Urban Leisure & Tourism Lab, een plek waar onderzoekers, docenten en studenten aan praktische vraagstukken werken. De minor is een prachtig voorbeeld van hoe onderwijs, onderzoek en werkveld elkaar versterken. Wat heeft het de betrokkenen opgeleverd?

Leestijd +/- 3 minuten

Het onderwijs

Avi (helemaal rechts op de foto) was onder de indruk van het hoge niveau van de minor. “Wat het sterke is van design based research is dat je daadwerkelijk een product maakt. Zo ga je van theoretisch idee naar pilot en dan verder, richting realiteit. Om een idee verder te brengen, heb je anderen nodig en moet je veel onderzoek doen. Er zijn zó veel factoren die je mee moet laten wegen, zoals de economie, geld, inclusie…” Alles bij elkaar heeft de minor de blik van de entrepreneur-in-spé verruimd. “Je ziet een tour maar kijk je naar alle factoren, dan gaat het over het maken van een betere wereld, voor locals én toeristen.”

Chantal en Naomi vonden de minor leerzaam maar ook zwaar op zijn tijd. “Het is een opdracht vanuit een bestaande opdrachtgever. Dat maakt dat je veel serieuzer nadenkt over de gevolgen van waar je mee bezig bent”, geeft Chantal aan. Naomi vindt het waardevol dat ze tijdens de minor heeft leren werken met design based research. “Wat we maken, testen we gelijk bij de doelgroep. Zo krijg je steeds beter zicht of wat je maakt ook aansluit bij de vraag. Het is een mooie manier van werken, daar ga ik ook veel aan hebben bij het schrijven van mijn eindscriptie.”

“Met design based research maak je wat, in plaats van erover te schrijven”, en dat vond Rianne een meerwaarde van de aanpak. “Voor het eerst heb ik het gevoel te werken aan een project met waarde. Met wat ik doe en bedenk, help ik de praktijk. Dat motiveert! Soms was het lastig om alle betrokkenen tevreden te houden. Aan de ene kant heb je amsterdam & partners die wat wil, en aan de andere kant school die je beoordeelt. Dat brengt spanning met zich mee maar ook daar leer je weer van.” Ook de Engelstalige Rachel is enthousiast over de minor. “Dit project brengt alles wat je hebt geleerd bij elkaar. Marketing, development, economie… het is alsof je bij een echt bedrijf werkt. En daar horen soms ook dingen bij die je minder leuk vindt. Net als in het echte leven, zeg maar.”

 

Creativiteit alleen is niet genoeg, naast 10% inspiratie is het gewoon heel hard werken. Het verschil tussen een goed idee en succes is de mate van uitvoering.

Micha van Hoorn, creative director bij Better Together Agency

Het onderzoek
Naar het thema overtoerisme, waar beide opdrachten een oplossing voor zoeken, heeft associate lector Roos Gerritsma veelvuldig onderzoek gedaan. Met haar tekstuele bijdragen aan (les)boeken, stroomt de kennis die ze in de loop der jaren heeft opgedaan terug het onderwijs in. “Vanuit het Urban Leisure & Tourism Lab bieden we, naast de nodige theoretische onderbouwing, studenten de mogelijkheid onderzoek te doen. Zo zijn afgelopen collegejaar twee afstudeerstudenten verder doorgegaan met het project uit deze minor. Wat wij als onderzoekers hiervan leren, verwerken we in onderzoek en publicaties. Ik vind het belangrijk om wat we leren terug te geven aan het onderwijs want de resultaten zijn voor iedereen relevant. Zo bouwen we verder op elkaars kennis en dragen we samen bij aan een duurzame en inclusieve wereld. Dit collegejaar maakt het lab onderdeel uit van de jury en zijn we in gesprek met minorcoördinator Manon Joosten over verdere doorontwikkeling van onze samenwerking in de komende collegejaren.”

Overtourism, discontents, measures and in travel and tourism

Onlangs is er een bijdrage van Roos Gerritsma verschenen in het boek ‘Overtourism, discontents, measures and in travel and tourism’. “Het boek gaat over stedelijke en toeristische context en presenteert een aantal steden. Mijn hoofdstuk gaat over de stad Amsterdam. De wetenschappelijke tekst heeft ook als achtergrondinformatie gediend voor de studenten in de minor.” Binnenkort vindt de Nederlandse lancering plaats van het boek ‘Our city? Countering exlucion in public space’. Hieraan hebben vier Inholland-collega’s vanuit het lab meegewerkt; Philippa Collin, Marie-Ange de Kort, Miranda Kamp en Roos Gerritsma. Het boek gaat over placemakingstools voor een toegankelijke stad en biedt handvatten voor professionals uit de praktijk, onderzoek en onderwijs.

De Inholland-studenten uit Diemen, Rotterdam en Haarlem hadden tijdens de minor Destination Development de keuze uit twee opdrachten, allebei met als doel het spreidingsbeleid van toeristen in Amsterdam te ondersteunen en meaningful encounters tussen bewoners en bezoekers te stimuleren. De helft beet zich vast in een concept om meer bezoekers te verleiden om naar de Gooi- en Vechtstreek te gaan, de andere helft richtte zich op het aanleveren van content voor de I Amsterdam City Card app van amsterdam & partners. De invulling was aan de studenten zelf en kwam tot stand door desk research, gesprekken met bewoners, toeristen en experts, observaties en testen of de oplossing wel houdbaar, haalbaar en bruikbaar is (design based research). Daarnaast werden er ter inspiratie gastcolleges gegeven en excursies georganiseerd. Op 11 november presenteerden de acht groepen bij Inholland Diemen hun plannen aan de hand van een posterpresentatie aan een divers publiek, waaronder afgevaardigden vanuit de gemeente Amsterdam en het MRA bureau (Metropool regio Amsterdam). Zij maakten tevens deel uit van de jury.

Het werkveld
Micha van Hoorn, creative director bij Better Together Agency, is via de gemeente Amsterdam gevraagd om de studenten tijdens de minor op weg te helpen. Tijdens een gastles heeft hij ze verteld wat creativiteit is, en in de reviewronde heeft hij de eerste concepten van feedback voorzien. “Wat me opvalt, is dat een groot deel van de studenten gedreven, serieus, betrokken en enthousiast is. Het creatieve niveau is hoog, dat zag je vandaag ook tijdens de posterpresentatie. Wat ik ze als tip mee wil geven, is dat creativiteit alleen niet genoeg is. Naast 10 procent inspiratie is het gewoon heel hard werken. Dat geldt ook voor het eindresultaat; het verschil tussen een goed idee en succes is de mate van uitvoering.”

Social incubator Wouter Smeets (Glimpse) helpt professionals bij het proces van idee naar impact. “Professionals hebben meestal veel inhoudelijke expertise maar dat is anders dan weten welke stappen je moet zetten voor impact. Tijdens het proces is het belangrijk om vroeg de belangrijkste aannames en risico’s te testen. Zit de doelgroep wel echt te wachten op jouw oplossing? Weet je zeker dat je hiermee een relevant probleem oplost? Er valt veel te winnen op doelgroep-kennis. Je merkt dat studenten – maar ook ondernemers! – bekenden bevragen en dan krijg je wenselijke, gekleurde antwoorden. Het is essentieel om informatie te krijgen van gebruikers, daarop te testen en op basis daarvan je product te bouwen of aan te passen.”

Het aspect dat vanuit het werkveld gezien nog meer terug mocht komen, was het businessmodel achter de ideeën. De laatste tien weken van de minor zal de focus daarom meer komen te liggen op testen en ondernemerschap waarbij het werkveld, onder andere met een gastcollege van Wouter, nauw betrokken is. Kijkend naar de toekomstige professional, heeft Wouter een duidelijk beeld voor ogen. “De markt zoekt mensen die iteratief, in kleine stapjes, werken. Progressie is daarbij belangrijker dan perfectie. Test je aannames aan het begin van het proces om te voorkomen dat je verder bouwt op verkeerde aannames en steek je energie in wat echt belangrijk is.” Wat hem verder opvalt, is dat studenten nu nog te vaak worden beoordeeld op het eindresultaat en minder op de weg daarnaartoe. “Geef ze een veilige omgeving waarin ‘goed genoeg voor nu’ al goed is. Laat ze veel testjes en onderzoek doen en kijk naar de essentie. Studenten willen een mooi eindproduct maar in mijn ogen zou het ook al goed zijn als ze aan het einde zeggen: we hebben het onderzocht maar het gaat niet werken. Ook dat zou met een mooi cijfer beoordeeld moeten worden.”


'De stad vraagt, wij onderzoeken en maken'

Het creatieve ULTL-lab voor vragen uit de echte wereld

In de metropool Amsterdam staat sinds 2015 het Urban Leisure & Tourism Lab (ULTL). Een lab voor vragen uit de echte wereld en gericht op de Inclusieve Stad en de Stad in Balans: twee grote vraagstukken waar we kleinschalige oplossingen voor ontwikkelen. Het lab is ontwikkeld vanuit Inholland, omdat dit goed past bij hun visie op de creatieve toekomst. Fieldlabs waarin studenten leren in de praktijk hebben de toekomst. Roos Gerritsma is associate lector van de Onderzoeksgroep Creative Business en docent Leisure Management. Theo Broersen is accountmanager van het ULTL. Samen zijn zij de kartrekkers van dit initiatief. Ze vertellen graag meer.

Praktijkgericht onderzoek, onderwijs en het werkveld in één lab
"In het ULTL combineren we praktijkgericht en ontwerpend onderzoek en onderwijs om vragen uit het werkveld op te pakken. Dit is voor hbo-scholen zoals Inholland erg belangrijk. Door deze onderdelen te integreren, leren studenten het meest. Studenten van de opleidingen Leisure & Events Management, Tourism Management en Facility Management doen mee aan het ULTL. Studenten krijgen bijvoorbeeld eerst college over wat inclusiviteit is. Inclusiviteit betekent kort gezegd dat iedereen vrijetijdsmogelijkheden moet kunnen gebruiken. Daarna gaan studenten in de praktijk aan de slag met hun project en tot slot evalueren we. Hoe heb je inclusiviteit toegepast in je project? Zo ontwikkelen studenten zich tot creatieve professionals. Professionals die met hun vakkennis tot oplossingen komen voor de vragen van de toekomst."

Amsterdam Noord biedt kansen
"Ons lab staat in Amsterdam Noord, waar veel gebeurt. Steeds meer toeristen en inwoners vinden hun weg naar Noord. Dat zorgt voor diversiteit. In het ooit meest vervuilde stuk van Amsterdam, is duurzaamheid nu juist een belangrijk thema. Interessante ontwikkelingen waarbij ons lab een bijdrage kan leveren en aan waardecreatie werkt. We halen vragen op bij de inwoners en de organisaties. We praten face-to-face met mensen uit het werkveld. Zo zorgen we echt voor verbinding en zijn we onderdeel van het lokale netwerk. En leren we studenten om praktijkonderzoek te doen. Ons totale netwerk bestaat ook uit partners buiten ons lokale netwerk. Bijvoorbeeld buitenlandse kennisorganisaties en bureaus die zich inzetten voor inclusiviteit in de stad."

Neem bijvoorbeeld woningbouwvereniging Ymere
"Nieuwe wooncomplexen in Noord moesten er komen. Makkelijker gezegd dan gedaan, want de bewoners van Noord zaten daar totaal niet op te wachten. Studenten deden onderzoek in de wijk: wat vinden de bewoners nou echt belangrijk? Zo leren ze meer over de mensen die daar wonen. En kan de woningbouwvereniging rekening houden met de wensen van de bewoners."

 

We werken aan de hand van lokaal weten, lokale waardecreatie en lokale impactmeting

1. Lokaal weten

"Je kunt je omgeving pas helpen als je je omgeving goed kent. We leren daarom over ontwikkelingen van vroeger en nu. We bouwen contacten op met stakeholders. We weten welke mensen er in de wijk wonen. Je moet je omgeving kennen. Anders sla je makkelijk een flater in je project. En weten betekent ook kennis krijgen over hoe je onderzoek doet. Dit past goed bij het onderdeel ‘weten’ van onze visie op de creatieve toekomst."

2. Lokale waardecreatie

"Nadat er een vraag binnenkomt, ontwikkelen we ideeën die waarde toevoegen aan het gebied. Bijvoorbeeld evenementen, tours, winkelconcepten of ontmoetingsplekken. We maken dus iets heel concreets. Precies zoals past in de visie van Inholland. Bij elk idee houden we inclusiviteit en duurzaamheid in ons achterhoofd."

3. Lokale impactmeting

"Goed dat we waarde proberen toe te voegen, maar lukt dit ook? Het is belangrijk om dat uit te zoeken. We ontwikkelen meetinstrumenten, waarin we niet alleen kijken naar economische, maar ook naar sociale waarde van projecten. Ook beleving, inclusiviteit en duurzaamheid zijn hierin weer belangrijk. We meten niet alleen projecten van onze studenten, maar ook van bijvoorbeeld sociale ondernemers in de wijk. In de zomer van 2018 test onze partneruniversiteit in Leicester onze impact toolbox."

 

We gebruiken ontwerpgericht onderzoek
"Wat we maken, testen we bij de doelgroep. Dat betekent ook dat er dingen mis kunnen gaan. Studenten ontwikkelen bijvoorbeeld samen met partners een tour door Amsterdam. Superleuk, want die gaan we echt uitvoeren. Maar het kan zijn dat de tour te lang is. Of dat mensen graag nog iets anders willen zien. We luisteren naar de feedback en verbeteren onze producten steeds."

We blijven leren door te doen
"Het lab was de eerste twee jaar echt pionieren. En we blijven vernieuwen door ons steeds af te vragen wat er anders, beter, mooier of groter kan. Nu zitten we in een volgende fase. We kijken terug op de afgelopen 2,5 jaar en we verbeteren onze werkmethoden en de onderzoeken die op de agenda staan. Mensen kennen ons steeds beter. We hopen dat we echt uitdagend onderwijs en onderzoek kunnen bieden. Zodat een student heeft ervaren wat de beroepspraktijk is. Het verbinden van werkveld, onderwijs en onderzoek blijft een uitdaging, maar een mooie. We hopen ook dat mensen ons steeds beter weten te vinden als kenniscentrum. Heeft iemand een vraag over toerisme in Amsterdam? Dat er dan meteen een belletje gaat rinkelen: ik moet bij het ULTL zijn!"


Overcrowded Amsterdam: Striving for a Balance Between Trade, Tolerance and Tourism - chapter 6

Auteur: Roos Gerritsma

Chapter 6

Bron: Boek: Overtourism – Excesses, Discontents and Measures in Travel and Tourism  – ed. Milano, C., Cheer, J.M., Novelli, M. (2019), CABI, UK


Criteria for a hybrid place: a tool for creating inclusive leisure venues

Bron: Our City? Countering exclusion in public space  – STIPO publishing | A placemaking Europe publication


The intimacy of exclusion. An embodied understanding - Philippa Colin

Bron: Our City? Countering exclusion in public space  – STIPO publishing | A placemaking Europe publication


Fairbnb: Turning the influx of tourists into a (more) sustainable presence - Roos Gerritsma, Miranda Kamp, Sito Veracruz

Bron: Our City? Countering exclusion in public space  – STIPO publishing | A placemaking Europe publication


Toekomstbestendige winkelgebieden in Noord

Onderzoek Toekomstbestendige winkelgebieden in Amsterdam Noord 2018-2019

# Het vraagstuk vanuit het UL&T Lab

Het UL&T Lab in Noord haalt lokale vraagstukken op, waar vervolgens onderzoek naar gedaan wordt samen met studenten en de onderzoeksgroep. Zo is afgelopen jaar onderzoek gedaan naar de effecten van de toenemende diversificatie van de bevolkingssamenstelling en daarmee samenhangende gentrification verschijnselen op het lokale winkelaanbod in Amsterdam Noord en wat volgens verschillende experts mogelijk en/ of wenselijk is qua interventies en wie daar dan de regie in zou moeten nemen. Met dit onderzoek is een extra verdiepende laag gegeven aan onderwijsprojecten die werden uitgevoerd door 2dejaars studenten van de opleiding Leisure & Events Management Inholland Diemen.

# Context winkelgebieden en Leisure

Hoe moeten we dit onderzoek plaatsen in de leisure context? Leisure speelt een steeds belangrijkere rol in de stedelijke omgeving en in stad maken (placemaking). In de sterk concurrerende mondiale markt, willen steden zo aantrekkelijk mogelijk zijn. Een succesvolle stad is zowel livable als lovable(Beasley, 2019) en leisure speelt in beide een cruciale rol (Marlet, 2009). Leisure geeft kwaliteit van leven aan een buurt, creëert sociale cohesie, maakt dat mensen ergens graag willen wonen of naar toe gaan als bezoeker. Leuke winkels, horeca, markten, cultuur en een straat of plein waar je wat langer wilt blijven, dat zijn allemaal leisure-ingrediënten. De opleiding LM Inholland richt zich vooral op de metropoolregio Amsterdam (Opleidingsprofiel LM, 2017).  In Amsterdam Noord vallen de aantallen bezoekers nog wel mee, tot nu toe vooral aan de randen die gemakkelijk met de pont bereikbaar zijn, zoals de IJ-oever met de nodige eye catchers en de NDSM werf. Maar voor de bewoners verandert hun stadsdeel door de komst van vele vaak koopkrachtigere bewoners. Dat heeft uiteraard ook impact op de Retail en Leisure voorzieningen.

#Focus onderzoek op 3 pleinen in Noord

De focus heeft aanvankelijk gelegen op twee pleinen, te weten Zonneplein en Purmerplein, te midden van de vooroorlogse arbeiderswijken, te weten de tuindorpen Tuindorp Oostzaan en Tuindorp Nieuwendam. Er is daarnaast een vergelijking gemaakt met het Van der Pekplein, eveneens gelegen in een voormalige arbeidersbuurt, dat al verder is in het proces van renovatie en gentrificatie. Er is samengewerkt met diverse stakeholders, w.o. de gebiedsmanagers van genoemde tuindorpen, Stadsherstel en corporatie Ymere. De Pekbuurt is naderhand opnieuw onderzocht, deels door mij, deels door studenten, waarbij vooral gekeken is naar de verschillen in winkelgedrag en- behoeften tussen oude en nieuwe Noordelingen (minder dan 10 jaar woonachtig), maar ook naar hun gevoel bij de buurt en de verbinding tussen het Pekplein, via de Pekstraat naar Mosplein.

# In een notendop enkele belangrijke bevindingen

Er is door in totaal 7 studentengroepen uit jaar 2 in verschillende periodes onderzoek, er waren ca. 40 studenten totaal bij betrokken, waarbij  in totaal 360 enquêtes, 6 interviews onder bewoners en 8 ondernemers zijn afgenomen in de Van der Pekbuurt. Rond het Zonneplein en Purmerplein  is alleen kwalitatief onderzoek gedaan onder ca 25 bewoners en ondernemers. Daarnaast zijn er 5 diepte-interviews afgenomen onder experts over Amsterdam Noord door ondergetekende over de laatste ontwikkelingen, kansen en bedreigingen voor genoemde winkelgebieden.

Specifieke data zijn bij het Lab op te vragen.

Allereerst is gebleken dat ook de oude Noordeling niet één type is, maar dat we moeten spreken van een super diverse populatie. Ook is duidelijk is dat de nieuwe Noordeling doorgaans  koopkrachtiger is, heel bewust consumeert met aandacht voor biologische producten, minder tijd heeft om te winkelen, de dagelijks boodschappen graag in de buurt blijft doen, maar voor de aanschaf van fashion en bijzondere zaken toch liever naar het centrum van Amsterdam gaat.

Voor het Zonneplein, een prachtig (verborgen) architectonisch pareltje is het huidige winkelaanbod nogal schraal en mag er wel wat meer reuring komen. Een mini market, goede visboer, gezellige (snack)bar en een pinautomaat worden gemist, maar vooral het plein moet meer gaan leven, bv. door minder parkeerplekken en meer groen, bankjes als ontmoetingsplek en cultuur op het plein. Dat laatste zou goed te doen zijn i.s.m. het Zonnetheater dat aan het plein ligt en misschien een faciliteit als een mooie muziekkiosk midden op het plein.

Het Purmerplein, dat er volgens de studenten nogal saai bij ligt, heeft wel een behoorlijke mix aan winkels en horeca, en loopt redelijk goed door de nabijgelegen dijk met koopkrachtige bewoners. Alleen een goede kaaswinkel wordt gemist. Hier is wel storend dat het plein zelf geen veilige plek is om even over te steken voor kinderen om te spelen, het verkeer rijdt aan twee kanten langs het plein. Een mooie interventie zou zijn het verkeer maar aan een kant te laten rijden en aan de andere kant het trottoir te verbreden, en zo het plein beter als leisure plek in te zetten. Studenten hadden een mooi idee om er een deels  overdekte kas te plaatsen voor lokale stadsfarming, of verticale moestuin, een koffiebar net betaalbare koffie en ruimte om met buurtbewoners samen te eten, waarbij dan de winkeliers aan het plein bij voorkeur de leveranciers zouden zijn.

Het Van der Pekplein en de Pekstraat hebben een hele andere dynamiek: de buurt is een aantal jaren terug gerenoveerd en het pleintje zelf is behoorlijk ‘gegentrificeerd’ : er is duidelijk een nieuw type ondernemer aangetrokken en er zijn nu enkele hippe goedlopende zaken zoals Proeflokaal Kef, Juf Bloem, Il Pecorino; op de terrasjes en in de winkels treffen we mensen aan die werken aan de IJ-oever, bij bv, EYE of de Adam toren. Echter de aansluiting met de buurt is slecht, waardoor de nieuwe zaakjes die zijn verschenen in de Pekstraat erachter het erg moeilijk hebben, en ook de markt in deze hernieuwde ‘stadsstraat’, voorheen gelegen aan het Mosveld, kampt met een veel te lage omzet. De vernieuwing van deze buurt wordt geroemd door beleidsmakers, maar het gaat veel minder goed. Groot probleem zijn de tegenstellingen tussen de mensen aan de onderkant die veelal in de kleine huizen in de Pekstraat wonen en de nieuwkomers. De eerste groep in de van der Pek hoorden we mopperen dat hun buurt de buurt niet meer is, o.a. door de komst van de ‘kanker’ yuppen, zoals één oudere bewoner het verwoorde. De tweede groep wenst aanbod van een bepaald kwaliteitsniveau.

Het informele sociale verband tussen de diverse bewoners lijkt veel beter te zijn op Zonneplein en Purmerplein, waar bewoners in Whatsapp groepen met elkaar communiceren of in het clubje Fijn Zonneplein, dat daadwerkelijk van alles voor elkaar krijgt, zoals de terugkeer van een ‘seizoensmarkt’ op Zonneplein en de komst van het Grachtenfestival zomer 2019 naar hun plein. Misschien helpt het dat het gentrification proces hier veel langzamer gaat en van onderop meer wordt opgepakt, terwijl dat bij de Van der Pekbuurt vooralsnog best moeilijk lijkt.  Da nabijheid van dure appartementen in Overhoeks en BSH, en de nabijgelegen supergave Co2 neutrale woonboothuizen, maken de kloof niet kleiner: daar komen die ‘rijke stinkerds’ te wonen, menen veelal oudere bewoners uit de Pekbuurt.

 

# Placemaking week Europa La Marina de Valencia/ STIPO

Op 15 juni heb ik mijn bevindingen gekoppeld aan een presentatie plus workshop over omgaan met conflicterende stakeholdersbelangen in buurten als hierboven besproken. Ik mocht bijdragen aan een vol programma met 35 workshops en talloze plenaire speeches, afgewisseld met netwerkborrels en hippe foodtrucks op een perfecte locatie: La Marina de Valencia, De 430 deelnemers kwamen uit de hele wereld, van Vancouver tot Melbourne, en Dublin tot Myanmar. Het was interessant om te zien dat PLacemaking echt een bottum up beweging is met oog voor lokale sociaal-economische vraagstukken, die tegenwicht probeert te bieden aan de grote projectontwikkelaars die in stedelijke gebiedsplanning veelal de dienst uitmaken.

Ook is in Valencia tijdens het placemaking congres de nieuwe publicatie van STIPO gelanceerd: “Our City, countering exclusion in public space”. Hieraan hebben Roos Gerritsma, Philippa Collin en ondergetekende een artikel gepubliceerd. Mijn artikel is getiteld ‘Future proof Retail Innovation and inclusive Placemaking in Amsterdam North, a real challenge’.

#Landelijk Platform Retail Innovation voor Hogescholen

Tot slot: Om aan te sluiten bij soortgelijk lopend onderzoek in Nederland en daardoor kennis te delen en nieuwe subsidiemogelijkheden te kunnen onderzoeken, is contact gezocht met het landelijke Retail Innovation Platform van Hogescholen. Inholland is inmiddels aangesloten, vooralsnog deelnemend aan één van de 6 thema’s: “toekomstbestendige winkelcentra”.  Ik ben contactpersoon voor Inholland en coördinator van het subthema: ‘Mensen maken een toekomstbestendige binnenstad’, kijkend naar inclusiviteit.  Inmiddels zijn we druk bezig met het schrijven van een position paper, dat deze zomer zal worden gefinetuned, om daarmee vanuit het Platform een gezamenlijke RAAK subsidie aanvraag te doen om vanaf 2020 weer onderzoeksgeld te kunnen krijgen. Werk in uitvoering dus. Ik hoop van harte dat dit lukt; het is een belangrijk onderzoeksthema alleen al in Amsterdam en daar is absoluut extra geld voor nodig.

Intussen ben ik erg dankbaar voor de kans die me het afgelopen jaar is geboden om met ACIN gelden dit location based onderzoek vanuit ons living UL&T lab in Amsterdam Noord te mogen doen!

Kort samengevat heeft dit onderzoeksproject het volgende opgeleverd:

  • Rijk datamateriaal: 8 onderzoeksrapporten van studenten en docentonderzoeker
  • Toepassing placemaking model in onderzoeks- en onderwijspraktijk
  • Uitbreiding lokaal en internationaal netwerk
  • Input voor RAAK subsidie aanvraag
  • Kennisdisseminatie via European Placemaking week in Valencia
  • Kennisdeling en advies in de beroepspraktijk met diverse werkveldpartners w.o. woningbouwcorporatie Ymere, gemeente Amsterdam, Stadsherstel, gebiedsmakelaars, kwartiermaker ongedeelde wijk en met bewoners/ ondernemers.
  • Professionalisering onderzoeksdocent
  • Boekpublicatie, artikel in STIPO ‘Our City, Countering exclusion in public Space’. (Juni 2019) , zie foto