Toekomstbestendige winkelgebieden in Noord

Onderzoek Toekomstbestendige winkelgebieden in Amsterdam Noord 2018-2019

# Het vraagstuk vanuit het UL&T Lab

Het UL&T Lab in Noord haalt lokale vraagstukken op, waar vervolgens onderzoek naar gedaan wordt samen met studenten en de onderzoeksgroep. Zo is afgelopen jaar onderzoek gedaan naar de effecten van de toenemende diversificatie van de bevolkingssamenstelling en daarmee samenhangende gentrification verschijnselen op het lokale winkelaanbod in Amsterdam Noord en wat volgens verschillende experts mogelijk en/ of wenselijk is qua interventies en wie daar dan de regie in zou moeten nemen. Met dit onderzoek is een extra verdiepende laag gegeven aan onderwijsprojecten die werden uitgevoerd door 2dejaars studenten van de opleiding Leisure & Events Management Inholland Diemen.

# Context winkelgebieden en Leisure

Hoe moeten we dit onderzoek plaatsen in de leisure context? Leisure speelt een steeds belangrijkere rol in de stedelijke omgeving en in stad maken (placemaking). In de sterk concurrerende mondiale markt, willen steden zo aantrekkelijk mogelijk zijn. Een succesvolle stad is zowel livable als lovable(Beasley, 2019) en leisure speelt in beide een cruciale rol (Marlet, 2009). Leisure geeft kwaliteit van leven aan een buurt, creëert sociale cohesie, maakt dat mensen ergens graag willen wonen of naar toe gaan als bezoeker. Leuke winkels, horeca, markten, cultuur en een straat of plein waar je wat langer wilt blijven, dat zijn allemaal leisure-ingrediënten. De opleiding LM Inholland richt zich vooral op de metropoolregio Amsterdam (Opleidingsprofiel LM, 2017).  In Amsterdam Noord vallen de aantallen bezoekers nog wel mee, tot nu toe vooral aan de randen die gemakkelijk met de pont bereikbaar zijn, zoals de IJ-oever met de nodige eye catchers en de NDSM werf. Maar voor de bewoners verandert hun stadsdeel door de komst van vele vaak koopkrachtigere bewoners. Dat heeft uiteraard ook impact op de Retail en Leisure voorzieningen.

#Focus onderzoek op 3 pleinen in Noord

De focus heeft aanvankelijk gelegen op twee pleinen, te weten Zonneplein en Purmerplein, te midden van de vooroorlogse arbeiderswijken, te weten de tuindorpen Tuindorp Oostzaan en Tuindorp Nieuwendam. Er is daarnaast een vergelijking gemaakt met het Van der Pekplein, eveneens gelegen in een voormalige arbeidersbuurt, dat al verder is in het proces van renovatie en gentrificatie. Er is samengewerkt met diverse stakeholders, w.o. de gebiedsmanagers van genoemde tuindorpen, Stadsherstel en corporatie Ymere. De Pekbuurt is naderhand opnieuw onderzocht, deels door mij, deels door studenten, waarbij vooral gekeken is naar de verschillen in winkelgedrag en- behoeften tussen oude en nieuwe Noordelingen (minder dan 10 jaar woonachtig), maar ook naar hun gevoel bij de buurt en de verbinding tussen het Pekplein, via de Pekstraat naar Mosplein.

# In een notendop enkele belangrijke bevindingen

Er is door in totaal 7 studentengroepen uit jaar 2 in verschillende periodes onderzoek, er waren ca. 40 studenten totaal bij betrokken, waarbij  in totaal 360 enquêtes, 6 interviews onder bewoners en 8 ondernemers zijn afgenomen in de Van der Pekbuurt. Rond het Zonneplein en Purmerplein  is alleen kwalitatief onderzoek gedaan onder ca 25 bewoners en ondernemers. Daarnaast zijn er 5 diepte-interviews afgenomen onder experts over Amsterdam Noord door ondergetekende over de laatste ontwikkelingen, kansen en bedreigingen voor genoemde winkelgebieden.

Specifieke data zijn bij het Lab op te vragen.

Allereerst is gebleken dat ook de oude Noordeling niet één type is, maar dat we moeten spreken van een super diverse populatie. Ook is duidelijk is dat de nieuwe Noordeling doorgaans  koopkrachtiger is, heel bewust consumeert met aandacht voor biologische producten, minder tijd heeft om te winkelen, de dagelijks boodschappen graag in de buurt blijft doen, maar voor de aanschaf van fashion en bijzondere zaken toch liever naar het centrum van Amsterdam gaat.

Voor het Zonneplein, een prachtig (verborgen) architectonisch pareltje is het huidige winkelaanbod nogal schraal en mag er wel wat meer reuring komen. Een mini market, goede visboer, gezellige (snack)bar en een pinautomaat worden gemist, maar vooral het plein moet meer gaan leven, bv. door minder parkeerplekken en meer groen, bankjes als ontmoetingsplek en cultuur op het plein. Dat laatste zou goed te doen zijn i.s.m. het Zonnetheater dat aan het plein ligt en misschien een faciliteit als een mooie muziekkiosk midden op het plein.

Het Purmerplein, dat er volgens de studenten nogal saai bij ligt, heeft wel een behoorlijke mix aan winkels en horeca, en loopt redelijk goed door de nabijgelegen dijk met koopkrachtige bewoners. Alleen een goede kaaswinkel wordt gemist. Hier is wel storend dat het plein zelf geen veilige plek is om even over te steken voor kinderen om te spelen, het verkeer rijdt aan twee kanten langs het plein. Een mooie interventie zou zijn het verkeer maar aan een kant te laten rijden en aan de andere kant het trottoir te verbreden, en zo het plein beter als leisure plek in te zetten. Studenten hadden een mooi idee om er een deels  overdekte kas te plaatsen voor lokale stadsfarming, of verticale moestuin, een koffiebar net betaalbare koffie en ruimte om met buurtbewoners samen te eten, waarbij dan de winkeliers aan het plein bij voorkeur de leveranciers zouden zijn.

Het Van der Pekplein en de Pekstraat hebben een hele andere dynamiek: de buurt is een aantal jaren terug gerenoveerd en het pleintje zelf is behoorlijk ‘gegentrificeerd’ : er is duidelijk een nieuw type ondernemer aangetrokken en er zijn nu enkele hippe goedlopende zaken zoals Proeflokaal Kef, Juf Bloem, Il Pecorino; op de terrasjes en in de winkels treffen we mensen aan die werken aan de IJ-oever, bij bv, EYE of de Adam toren. Echter de aansluiting met de buurt is slecht, waardoor de nieuwe zaakjes die zijn verschenen in de Pekstraat erachter het erg moeilijk hebben, en ook de markt in deze hernieuwde ‘stadsstraat’, voorheen gelegen aan het Mosveld, kampt met een veel te lage omzet. De vernieuwing van deze buurt wordt geroemd door beleidsmakers, maar het gaat veel minder goed. Groot probleem zijn de tegenstellingen tussen de mensen aan de onderkant die veelal in de kleine huizen in de Pekstraat wonen en de nieuwkomers. De eerste groep in de van der Pek hoorden we mopperen dat hun buurt de buurt niet meer is, o.a. door de komst van de ‘kanker’ yuppen, zoals één oudere bewoner het verwoorde. De tweede groep wenst aanbod van een bepaald kwaliteitsniveau.

Het informele sociale verband tussen de diverse bewoners lijkt veel beter te zijn op Zonneplein en Purmerplein, waar bewoners in Whatsapp groepen met elkaar communiceren of in het clubje Fijn Zonneplein, dat daadwerkelijk van alles voor elkaar krijgt, zoals de terugkeer van een ‘seizoensmarkt’ op Zonneplein en de komst van het Grachtenfestival zomer 2019 naar hun plein. Misschien helpt het dat het gentrification proces hier veel langzamer gaat en van onderop meer wordt opgepakt, terwijl dat bij de Van der Pekbuurt vooralsnog best moeilijk lijkt.  Da nabijheid van dure appartementen in Overhoeks en BSH, en de nabijgelegen supergave Co2 neutrale woonboothuizen, maken de kloof niet kleiner: daar komen die ‘rijke stinkerds’ te wonen, menen veelal oudere bewoners uit de Pekbuurt.

 

# Placemaking week Europa La Marina de Valencia/ STIPO

Op 15 juni heb ik mijn bevindingen gekoppeld aan een presentatie plus workshop over omgaan met conflicterende stakeholdersbelangen in buurten als hierboven besproken. Ik mocht bijdragen aan een vol programma met 35 workshops en talloze plenaire speeches, afgewisseld met netwerkborrels en hippe foodtrucks op een perfecte locatie: La Marina de Valencia, De 430 deelnemers kwamen uit de hele wereld, van Vancouver tot Melbourne, en Dublin tot Myanmar. Het was interessant om te zien dat PLacemaking echt een bottum up beweging is met oog voor lokale sociaal-economische vraagstukken, die tegenwicht probeert te bieden aan de grote projectontwikkelaars die in stedelijke gebiedsplanning veelal de dienst uitmaken.

Ook is in Valencia tijdens het placemaking congres de nieuwe publicatie van STIPO gelanceerd: “Our City, countering exclusion in public space”. Hieraan hebben Roos Gerritsma, Philippa Collin en ondergetekende een artikel gepubliceerd. Mijn artikel is getiteld ‘Future proof Retail Innovation and inclusive Placemaking in Amsterdam North, a real challenge’.

#Landelijk Platform Retail Innovation voor Hogescholen

Tot slot: Om aan te sluiten bij soortgelijk lopend onderzoek in Nederland en daardoor kennis te delen en nieuwe subsidiemogelijkheden te kunnen onderzoeken, is contact gezocht met het landelijke Retail Innovation Platform van Hogescholen. Inholland is inmiddels aangesloten, vooralsnog deelnemend aan één van de 6 thema’s: “toekomstbestendige winkelcentra”.  Ik ben contactpersoon voor Inholland en coördinator van het subthema: ‘Mensen maken een toekomstbestendige binnenstad’, kijkend naar inclusiviteit.  Inmiddels zijn we druk bezig met het schrijven van een position paper, dat deze zomer zal worden gefinetuned, om daarmee vanuit het Platform een gezamenlijke RAAK subsidie aanvraag te doen om vanaf 2020 weer onderzoeksgeld te kunnen krijgen. Werk in uitvoering dus. Ik hoop van harte dat dit lukt; het is een belangrijk onderzoeksthema alleen al in Amsterdam en daar is absoluut extra geld voor nodig.

Intussen ben ik erg dankbaar voor de kans die me het afgelopen jaar is geboden om met ACIN gelden dit location based onderzoek vanuit ons living UL&T lab in Amsterdam Noord te mogen doen!

Kort samengevat heeft dit onderzoeksproject het volgende opgeleverd:

  • Rijk datamateriaal: 8 onderzoeksrapporten van studenten en docentonderzoeker
  • Toepassing placemaking model in onderzoeks- en onderwijspraktijk
  • Uitbreiding lokaal en internationaal netwerk
  • Input voor RAAK subsidie aanvraag
  • Kennisdisseminatie via European Placemaking week in Valencia
  • Kennisdeling en advies in de beroepspraktijk met diverse werkveldpartners w.o. woningbouwcorporatie Ymere, gemeente Amsterdam, Stadsherstel, gebiedsmakelaars, kwartiermaker ongedeelde wijk en met bewoners/ ondernemers.
  • Professionalisering onderzoeksdocent
  • Boekpublicatie, artikel in STIPO ‘Our City, Countering exclusion in public Space’. (Juni 2019) , zie foto


Inclusive Sail

In de zomer van 2020 is het weer zo ver: SAIL, het grootste maritieme event ter wereld, zal weer in Amsterdam plaatsvinden.

De organisatie rondom de alweer tiende editie van het varend erfgoed is reeds in volle gang. Samen met de organisatoren kijken we naar een wijze van aanpak waarbij het de intentie is het event zo inclusief mogelijk te maken, zowel voor als achter de schermen.

Philippa Collin en Roos Gerritsma gaan, samen met studenten LM en de Sail crew aan de slag.

Hogeschool Inholland is één van de partners voor de Sail Academy, zie ook:

https://www.sail.nl

https://www.sail.nl/over-ons/werken-bij-sail/sail-academy/


Inclusive Placemaking

Op 12 oktober 2018 presenteerden vijf LM projectgroepen uit jaar 2 hun visionaire ontwerpen voor de winkelpleinen Zonneplein en Purmerplein. Twee pleinen waar de huidige diverse groepen Noorderlingen juist wel of juist niet komen: hoe kan dat beter, met andere woorden; kan het inclusiever? De studenten hebben hun plannen gebaseerd op deskresearch, observaties en diverse gesprekken met lokale bewoners en ondernemers.

Marie-Ange de Kort buigt zich komend half jaar verder over deze thematiek. Werkveldpartners zijn woningbouwvereniging Ymere, Stadsherstel en de gebiedsmakelaars van de gemeente Amsterdam.


Inclusive Leisure & Tourism Toolbox

Inclusive City – Inclusive Leisure & Tourism Toolbox
Start date: 2018
Coordinator: Philippa Collin
Project members: Roos Gerritsma & Manon Joosten
External partners: Amsterdam Creative Industries Network (ACIN), Amsterdam Marketing, Gemeente Amsterdam (Stad in Balans), de Ceuvel.
Other participants: Lectoraaten Diversitietsvraagstukken, Media, Cultuur & Burgerschap and Dynamiek van de Stad, Inholland University of Applied Sciences; 2nd & 3rd year LM students & 4th year TM students. Erasmus students from De Montfort University (DMU), UK.

One of the main three themes of the UL&T Lab is social inclusion.
This is a concept found reflected in the UN Sustainable Development Goals, the World Leisure Organisation, the Dutch Ministry of Economic Affairs, the Dutch Creative Industries (CLICKNL), the Amsterdam City Council and consequently in the Creative Business Domain at the Inholland University of Applied Sciences.

Unsurprisingly there are myriad definitions. As a reflective educational institute, we are inspired by the idea of inclusion as a process rather than a static state:
‘It might therefore be necessary to conceive and implement inclusion as a process that brings into question all aspects of the social, institutional and political systems. A dynamic and changeable process, always in progress…with the purpose of giving everyone a sense of belonging through a process of mutual recognition, where the individual reasons, relationships and lives are connected with a common development path.’ (Carpani 2018)

Our approach is to link the theme of inclusion to macro societal developments whilst exploring and raising awareness of the real experiences of in/exclusion at intimate, personal, micro level within the context of changing neighbourhoods. To quote one of our colleagues, we relish complex ‘wicked problems’!

Since we are a University of Applied Sciences, our task is to weave theory with practice so phase one of this research has been to carry out an analysis of literature & existing good practice, in order to create a design toolbox for our creative industries students. This will provide them with both a clear foundation and practical tools throughout their design research projects, many of which are located in the Dutch metropolis.

As from September 2018, we have entered phase two, in which we prototype the toolbox with our Leisure and Tourism Management students in Amsterdam. In October, we will explore inclusion from a new perspective and take the toolbox to the Taragalte music festival in the Moroccan Sahara. Whilst prototyping continues in Amsterdam throughout the winter, we will also test it in Tangier in December. In the spring, cultural management students from DMU, our Leicester Erasmus partner, will be visiting us for their annual fieldtrip and with their input we will continue to make the toolbox more robust.

By the end of the current academic year, we aim to have entered phase three, with a printed analogue toolbox plus a digital platform for continually sharing new ideas and fine-tuning both our philosophy and practice.