Wijkbeleving in Amsterdam Noord

Informatie uit het artikel mag worden gebruikt met een correcte verwijzing naar het artikel en de auteurs.

Auteurs:Roos GerritsmaEls ReijnenJacques Vorkinfo: Roos.Gerritsma@inholland.nl

Binnen het Urban Leisure & Tourism Lab van de Hogeschool Inholland staat het “lokaal weten” centraal alvorens we samen met netwerkpartners, studenten en docenten aan lokale waardecreatie kunnen gaan doen.

We vinden het van belang om binnen het living lab te weten wat er speelt in onze omgeving en welke complexe vraagstukken daarbij horen. In het voorjaar van 2018 raakten wij in gesprek met woningbouwvereniging Ymere die voor de uitdaging staat om nieuwbouwappartementen te gaan bouwen voor een groep bewoners die veelal al jarenlang woonachtig zijn in Tuindorp Oostzaan. Een wijk in Noord waar, net als in de rest van Noord overigens, de sociaaleconomische en culturele ontwikkelingen elkaar snel opvolgen. We stelden ons vragen als: hoe bouw je aan een gezamenlijke duurzame en sociale toekomst? Welke waarden en normen zijn daarbij van belang voor de bewoners? Hoe kun je bijdragen aan het creeren van betekenisvolle (ontmoetings)plekken?

In navolging van het onderzoek naar de productie en impactmeting van het Ware Noorden op de Ceuvel (Field Lab Amsterdam Noord, 2017-2018) is er aanvullend onderzoek gedaan naar de wijkbeleving in Amsterdam Noord voor onze netwerkpartner woningbouwvereniging Ymere. Zowel literatuuronderzoek als resultaten van het eerdere onderzoek als van het aanvullende onderzoek zijn in onderstaande tekst verwerkt.

1. Het creëren van een sociale en duurzame gemeenschap in Noord

In het stadsdeel Amsterdam Noord wonen inmiddels bijna 92.000 mensen en dit aantal zal in rap tempo toenemen komende jaren. De stad Amsterdam, groeit met bijna 1000 nieuwe bewoners per maand, niet voor niets dat er dringend nieuwe woningen worden bijgebouwd, zie afbeelding 1.

Afbeelding 1. Wijkontwikkeling in Amsterdam, bron: gemeente Amsterdam

Vooral Amsterdam Noord krijgt in verhouding veel nieuwbouw – en dus veel nieuwe Noorderlingen – erbij. Er worden tienduizenden woningen bijgebouwd, alleen al in het Hamerkwartier zijn er 6500 gepland, er wordt druk gewerkt aan het Centrum Amsterdam Noord (CAN) (Gemeente Amsterdam, z.j.), in Overhoeks en de NDSM werf verrijzen diverse hoge torens, de laatste stukken in Elzenhagen worden volgebouwd, Buiksloterham krijgt steeds meer vorm. Met de komst van de Noord-Zuid metrolijn op 22 juli 2018 komt er bovendien een andere ontsluiting van het eens zo geïsoleerde stuk van de stad bij.

De laatste jaren lijkt er een soort stammenstrijd gaande tussen de oude en nieuwe Noorderlingen. Via (sociale) media worden expliciete verwensingen over en weer verspreid. Op Facebook, maar ook tijdens ons veldwerk werd de (ervaren) kloof tussen oude en nieuwe Noorderlingen, herhaaldelijk benoemd. Amsterdam Noord vertoont op diverse plekken kenmerken van een gentrificatie proces waarbij de toegenomen ongelijkheid tussen arm en rijk zichtbaarder wordt. We refereren hier slechts aan één treffend artikel uit het Parool van 23 maart 2017: De gentrificatie in Amsterdam is een proces van uitsluiting van stadsonderzoeker Cody Hochstenbach.

Thuisgevoel in Noord: het opbouwen van een gezamenlijke toekomst

Gevoelens van exclusie is een complex fenomeen, waarvan we inmiddels weten dat dit diepe gevoelens van ongelijke bejegening en afwijzing te weeg kan brengen (Bourdieu & Wacquant, 2004). Zo ook in Amsterdam Noord. De woningcorporaties willen scheefwonen door middel van verschillende maatregelen tegen gaan. Echter leidt dat volgens Huurgenoot, de huurderskoepel van Stadgenoot, “tot veel onrust omdat het veilige gevoel zeker te zijn van een huis, wordt weggenomen” (Het Parool, 7 juni 2018).  Keer op keer komt uit studies het belang van sociale en duurzame gebiedsontwikkeling naar voren. Sociale en duurzame plekken verhogen de kwaliteit van leven geeft bewoners een groter thuisgevoel, een van de kenmerken van sociale duurzaamheid. Het thuisgevoel is in Amsterdam Noord een zeer belangrijk iets. Het kenmerkt zich in Amsterdam Noord door het gegeven dat bewoners op elkaar letten en zorg dragen voor elkaar. Zoals verschillende bewoners aangaven: ‘het ons kent ons gevoel’, zodat je weet dat je ‘altijd bij elkaar terecht kan’.  Uit de interviews komt een gevoel van saamhorigheid bij de oude Noordelingen naar voren. Het besef dat bewoners elkaar nodig hebben en dat de sociale cohesie binnen enkele straten van een wijk zeer sterk is. Dit lijkt anders te zijn bij de nieuwe bewoners, de nieuwe Noordelingen (bewoners na 2007). Dat wordt ook gezegd door de bewoners: de nieuwe Noordelingen brengen een andere mentaliteit en sfeer mee. Daarnaast zorgt de gentrificatie ervoor dat de huur- en koopprijzen stijgen waardoor de oorspronkelijke (oude) Noordelingen hier niet meer aan kunnen voldoen. Een gevarieerd woningaanbod, een mix van huur- en koopwoningen, zou hiervoor een oplossing kunnen zijn. Echter blijkt uit gesprekken dat dit geen garantie voor succes is. De verschillende ontwikkelingen zorgen voor discrepanties in de sociale cohesie.

Kortom, Amsterdam Noord is een stadsdeel waar enorm veel verschillende dynamieken tegelijkertijd op elkaar inwerken, een stadsdeel waarbij het van belang is om een gezamenlijke toekomst op te bouwen.

2. Sociale duurzaamheid: kwaliteit van leven voor iedereen

Duurzaamheid bestaat volgens verschillende definities uit verschillende aspecten. Over het algemeen kan worden gezegd dat duurzaamheid bestaat uit economische, ecologische en sociale aspecten (Tirado, Morales & Lobato-Calleros, 2015).  Sinds de conferentie van de Verenigde Naties in Rio 2012, is sociale duurzaamheid steeds belangrijker geworden (UN, 2012). Duurzame steden en gemeenschappen vormen momenteel de elfde doelstelling van Unesco (https://en.unesco.org/sdgs).

Ook in dit onderzoek wordt de nadruk gelegd op het laatste aspect: het sociale aspect. Sociale duurzaamheid kent tevens meerdere definities en begrippen. Zo wordt het door Lehmann, Russi, Bala, Finkbeiner & Fullana-i-Palmer (in: Tirado, Morales & Lobato-Calleros (2015) omschreven als; ‘het huidige en toekomstige welzijn van generaties.’ In de sociale theorieën staan termen als sociale cohesie, stabiliteit en integratie centraal (Magee, Scerri & James, 2012). Echter zijn deze definities van toepassing op (nationale) maatschappijen en daardoor niet altijd van toepassing op (lokale) gemeenschappen of steden (Mori & Christodoulou in: Lu, Geng, Liu, Cote & Yu, 2017). Volgens Egan (in: Lu, Geng, Liu, Cote & Yu, 2017) zijn sociale cohesie en inclusiviteit onderdeel van een duurzame gemeenschap. Dit wordt bevestigd door Dizdaroglu (2015).

Volgens Hoornweg en Freire (in: Dizdaroglu, 2015) zijn duurzame steden, stedelijke gemeenschappen, die het welzijn van huidige en toekomstige generaties verbeteren door de integratie van economische, sociale en omgevingsvraagstukken. Een duurzame stad kenmerkt zich door een economische groei waarbij iedereen participeert en milieuverantwoordelijk is. Een wijze van denken die in het recentelijk populaire werk, Doughnut Economics (2017) van econome Kate Raworth, als centraal uitgangspunt wordt genomen. Ook volgens Egan (in: Lu, Geng, Liu, Cote en Yu, 2017) kenmerken duurzame gemeenschappen zich door een hoge mate van kwaliteit van leven na te streven waarbij effectief gebruik wordt gemaakt van natuurlijke bronnen, het milieu in acht wordt genomen, sociale cohesie en inclusiviteit worden nagestreefd en de economische groei wordt gestimuleerd. Om tot een succesvolle duurzame gemeenschap te komen dienen de tot de gemeenschap behorende huishoudens, een gevoel van groepsidentiteit (lidmaatschap) en sociale status hieraan te ontlenen (Grove in Dizdaroglu, 2015).

Het sociale welzijn wordt in de laatste twee decennia volgens Magee, Scerri & James (2012) steeds meer benaderd in termen van gemeenschapszin, kwaliteit van het leven, veiligheid, inclusiviteit en participatie in plaats van sociale structuren en regulatie. Zij spreken dan ook van duurzame gemeenschapszin, wanneer het gaat om lokale sociale duurzaamheid. In een lokale gemeenschap is er sprake van zowel gemeenschappelijke sociale duurzaamheid als het individuele welzijn.

De gemeenschappelijke duurzaamheid kan dus zowel vanuit sociologisch als psychologisch perspectief worden bekeken. Vanuit het sociale perspectief zegt Putnam (in: Magee, Scerri & James, 2012) dat ‘bindingskapitaal’ een vereiste is voor een gemeenschap om duurzaam te kunnen zijn. Volgens Riger en Lavrakas bestaat het ‘bindingskapitaal’ uit de mogelijkheid buren te kunnen identificeren, het aantal kinderen uit de buurt dat bekend is bij een persoon en het gevoel onderdeel te zijn van een buurt (in: McMillan & Chavis, 1986).

Binnen dit onderzoek wordt er gekeken naar het psychologisch perspectief; de individuele waarneming van de gemeenschap. Volgens McMillan en Chavis (in: Magee, Scerri & James, 2012) bestaat het psychologische perspectief uit lidmaatschap, invloed, integratie en tegemoetkoming van persoonlijke behoeften en een gedeelde emotionele connectie. Doolittle en MacDonald (in: McMillan en Chavis, 1986) onderscheiden de volgende vijf kenmerken vanuit het individuele perspectief:

  • informele interactie,
  • veiligheid,
  • pro-urbanisme (privacy),
  • voorkeur voor burencontact (interactie) en meningen
  • de wens tot participatie.

Bahrach en Zautra (in: McMillan & Chavis, 1986, p.8) noemen de zeven kenmerken die de mate van gemeenschap meten:

  • het thuis voelen binnen een gemeenschap,
  • tevredenheid,
  • overeenstemmende waarden en overtuigingen,
  • behoren tot de gemeenschap,
  • interesse in de gemeenschap,
  • belangrijk zijn voor de gemeenschap,
  • gehecht zijn aan de gemeenschap.

McMillan en Chavis (1986) onderscheiden na onderzoek zelf de volgende vier kenmerken:

  • lidmaatschap,
  • invloed,
  • integratie en tegemoetkoming aan behoefte
  • gedeelde emotionele connectie.

2.1           Bewoners aan het woord

Deze kenmerken komen terug in interviews die met bewoners en sleutelfiguren uit Amsterdam Noord. Zoals eerder in dit stuk aangegeven is de sociale cohesie voor de oude Noordeling zeer belangrijk. Dat wordt door bewoners aangegeven als “het praatje”. Op straat elkaar groeten, informeren hoe dat het met elkaar is, is zeer belangrijk. Ontmoetingsplaatsen zijn hiervoor een randvoorwaarde. De straat, buurthuizen, sportverenigingen, speelplaatsen/ plekken parkjes etc. worden dan ook door de bewoners gezien als essentiële plekken in de buurt. De toegankelijkheid, onderhoud en laagdrempeligheid van deze plekken is van groot belang. Een goed onderhouden park of een speelplaats van een school zonder omheining zijn hiervan concrete voorbeelden die door de bewoners genoemd worden. De locatie van de ontmoetingsplekken speelt een grote rol binnen de sociale cohesie in Amsterdam Noord. Dit wordt door verschillende bewoners en sleutelfiguren onderstreept. Om mensen met elkaar in contact te laten komen is een vertrouwde locatie een randvoorwaarde. De band tussen de bewoners en de locatie is zeer sterk wat maakt dat de sociale functie van een wijk zeer sterk plaatsgebonden is. Deze band bestaat dus zowel uit de lokale bewoners, als specifieke plekken in de wijk. De nieuwe Noordelingen hebben deze link met de andere bewoners en deze plaatsen niet.

Uit het onderzoek van Doolittle en MacDonald (in: McMillan en Chavis, 1986) kwam tevens naar voren dat de verschillende kenmerken gerelateerd aan elkaar waren. Zo daalde de behoefte aan privacy wanneer de mate van interactie groter werd. Het gevoel van veiligheid en de mate van interactie waren gerelateerd aan elkaar en als laatste kwam naar voren wanneer het geval van veiligheid groter werd daalde de behoefte aan privacy. Uit het onderzoek van Glynn kwam eenzelfde relatie naar voren: het gemeenschapsgevoel en de mogelijkheid om binnen een gemeenschap te functioneren waren aan elkaar gerelateerd (in: McMillan en Chavis, 1986).

Uit deze bevindingen blijkt dat een gemeenschap meer is dan een optelsom; het kan leiden tot een inclusieve gemeenschap. Dit wordt onderschreven door Gerometta, Häussermann & Longo (2005) een burgelijke gemeenschap bij kan dragen aan meer samenhang binnen een gemeenschap of een stad. Het effect van samenhang kan echter ook een omgekeerd zijn: door het sociale ‘bindingskapitaal’ kan de mobiliteit van een gemeenschap ook collectief sociaal naar beneden gaan (Putnam; Kearns & Parkinson; en Moulaert & Nussbaumer in: Gerometta, Häussermann & Longo, 2005). Het kan worden gezegd dat wanneer mensen toegewijd en positief zijn, zij een buurt als een kleine gemeenschap beschouwen (Ahlbrant en Cunningham in: McMillan en Chavis, 1986). Ook bij de oude Noordelingen is dat het geval.

2.2           Gemeenschapsgevoel in Noord

Kortom: er kan worden gezegd dat sociale duurzaamheid kan worden gezien als het gevoel onderdeel te zijn van een groep, zowel van het individuele als het sociale (groeps)perspectief. Dit wordt onderschreven door Van Winkle en Woosnam (2014) die aangeven dat het gemeenschapsgevoel; “de ervaring en hun perceptie daarop van mensen binnen een groep is”. Om het gemeenschapgevoel te kunnen doorgronden is inzicht in de ontwikkelingen, participatie etc. nodig. Het delen van een collectieve ervaring, bijvoorbeeld door een evenement, kan bijdragen aan het gemeenschapgevoel (Getz in: Van Winkle en Woosnam, 2014). Dit kan een voorbeeld zijn wat McMillan en Chavis (1986) een “gedeelde emotionele connectie” noemen. Volgens Derret (in: Van Winkle en Woosnam, 2014) kunnen festivals aan het gemeenschapsgevoel bijdragen door een gevoel van erbij horen, ondersteuning, participatie, veiligheid en zelfstandigheid. Hierdoor kan een evenement het gemeenschapsgevoel en het gevoel wat bij een plaats of plek hoort, beïnvloeden. Zo ook de beleving van Amsterdam Noord bij de oude bewoners. Dit wordt door diverse interviews bevestigd: door mensen te betrekken en uit te nodigen bij evenementen wordt betrokkenheid en verbinding gecreëerd. Dit betreft niet alleen de programmering van een evenement, maar ook door bewoners te betrekken bij de opzet van een evenement (cocreatie).

3. Place making

Aan welke ontwerpcriteria voldoen aangename plekken in de stad?

Zoals hierboven genoemd kunnen festivals of evenementen het gevoel van een plaats beïnvloeden. Er zijn echter nog meer criteria die het gevoel van een plek kunnen bepalen. Binnen de wereld van ‘place making’ zijn diverse ontwerpcriteria geformuleerd waar een aangename plek, plein of gebied aan moet voldoen. Een plek waar mensen van diverse achtergronden zich thuis voelen, een plek die niet overkomt als slechts exclusief voor anderen, maar juist toegankelijk voor allen.

Dit onderzoek is geïnspireerd door het werk van de non-profit organisatie Project for Public Spaces (PPS) en hun uitgangspunten die zijn beschreven in hun publicatie uit 2016: Place making, what if we built our cities around places?

Op grond van hun rijke ervaring heeft PPS de volgende vier kernattributen beschreven waaraan de ideale (semi) openbare ruimte moet voldoen:

  1. De plek is toegankelijk en goed verbonden met andere belangrijke plekken in de buurt.
  2. De plek is comfortabel en heeft een goede uitstraling
  3. De plek trekt mensen aan die actief participeren in de activiteiten die worden aangeboden.
  4. Het heeft een open een sociaal karakter, waardoor mensen keer op keer terug willen komen.

Deze vier kernattributen komen samen in onderstaand model:

Afbeelding 2. (www.pps.org)

Kortom: in de bovenstaande bevindingen komt duidelijk naar voren dat, vanuit het perspectief van de oude bewoners van Amsterdam Noord, de verschillende kernkwaliteiten essentieel zijn voor een succesvolle open ruimte in Amsterdam Noord. Verschillende abstracte waarden en normen zoals het praatje, vriendelijkheid, verbondenheid, toegankelijkheid, groen en schoon, worden met grote regelmaat genoemd als belangrijke elementen van de buurt.